maandag 8 mei 2017

Ultieme vernedering

Ik was een jaar of twintig, in de bloei van m'n leven en sterker en fitter dan ooit. Na een jaar lang hard trainen was ik er klaar voor. M'n eerste officiële bokswedstrijd.

Met zeventig kilo schoon aan de haak en geen grammetje vet verscheen ik in de ring. Mijn naam werd omgeroepen en een klein applausje was te horen. Mijn tegenstander bokste een thuiswedstrijd en voor hem waren de aanmoedigingen wat luider. De scheidsrechter van dienst wenkte mij naar het midden van de ring en daar stond ik dan oog in oog met mijn tegenstander. Ineens realiseerde ik mij dat deze knaap mijn smoelwerk wilde verbouwen. De moed zakte mij in m'n schoenen.

Daar ging de bel voor de eerste ronde. Mijn tegenstander kwam door met een linkse en rechtse hoek die ik ternauwernood kon ontwijken. Een welgeplaatste rechtste directe volgde en landde vol op m'n neus. Ik hoorde een krak en viel op de grond. Ik krabbelde overeind en zag dat mijn witte shirt al doordrenkt was met bloed.

Ik struikelde bijna over m'n eigen voeten en zag in een ooghoek een handdoek gegooid worden. Mijn trainer kon het niet langer aanzien. Hoongelach steeg op uit het publiek. Een jonge boksersziel was gebroken.

De terugreis naar huis was lang. Thuis aangekomen sliep mijn moeder al. Ik maakte haar wakker en vertelde haar over mijn verlies en huilde als een klein kind. 'Volgende keer beter ', zei ze. Ik heb nooit meer een voet in een boksschool gezet.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen