woensdag 16 januari 2013

Op visite bij Kim Jong-un deel 5

In deel 4 van Op visite bij Kim Jong-un las u hoe ik gezien werd door een Noord-Koreaan en mij haastig uit de voeten moest maken. Lees nu snel verder, want hier is het langverwachte deel 5. 

Na ongeveer twintig minuten hoor ik tumult op mij afkomen. Ik hoor mannen schreeuwen en zie lichtbundels van zaklantaarns door de duisternis snijden. De man met wie ik oog in oog stond, heeft waarschijnlijk alarm geslagen. Ik realiseer me nu pas echt hoe dom mijn actie was om de Yalu-rivier over te zwemmen. Ik heb mijn leven op het spel gezet. Niemand weet waar ik ben en dat is niet handig in een land waar geen pottenkijkers worden geduld. Ik blijf roerloos liggen en hoop dat ik niet gevonden word.

Noord-Koreaanse soldaat met geweer in de aanslag
Een groep mensen komt nu wel aardig dicht bij het weiland waar ik me in schuilhoud. Ik richt me iets op en zie circa vijftien personen de omgeving afspeuren met zaklampen. Dan hoor ik een vrouwenstem moord en brand schreeuwen in het Koreaans. Het lijkt erop of ze iets gevonden heeft. Ik richt me weer iets op en zie dat de groep gestopt is bij de plek waar ik het weiland ben ingesneld. Het is even stil en dan hoor ik een mannenstem bulderen gevolgd door geweerschoten.

Ik word beschoten door een peloton Noord-Koreaanse soldaten. Kogels vliegen rakelings over mijn hoofd. Het vuren van geweerschoten houdt ineens op en er volgt een lange stilte. Dan hoor ik een mannenstem in het Koreaans weer een kort bevel geven. Een nieuw salvo van kogels wordt het weiland  in geschoten. Het suizen van de inkomende kogels door het gras is een naar geluid. Als ik geraakt wordt ben ik de klos en als ik me overgeef ben ik ook de klos. Het spervuur stopt weer en ik roep hard in het Engels: 'Please don’t shoot.’ Langzaam sta ik op met mijn handen in de lucht. Ik zie nu een groep soldaten op nog geen vijftig meter afstand. Vijftien geweren zijn gericht op mij. Mannen en vrouwen met de vinger aan de trekker hebben het op mij gemunt.

Langzaam begeef ik mij naar de kant van de weg, waar de soldaten staan. Ik ben zo bang, ik sta letterlijk in mijn broek te pissen. Warme urine loopt bij mijn benen naar beneden. Een van de soldaten schreeuwt iets in het Koreaans. Het is onduidelijk wat hij wil en ik vervolg langzaam met mijn handen in de lucht de weg naar de vervaarlijk uitziende Noord-Koreanen. Nog twintig meter en dan ben ik in hun bereik. Ik roep in het Chinees dat ik een Nederlander ben: 'Wo shi Helanren'. Helaas is mijn kennis van de Koreaanse taal onbestaand en ik probeer het ook maar in het Engels. 'Please don't shoot, I am Dutch, I am from Holland, Europe,’ roep ik hard. Mijn betoog maakt geen indruk en vijftien geweren blijven op mij gericht. Ik tel zo gauw vijf vrouwen en tien mannen. Ik herken zowaar de vrouw die ik rokend zag staan bij de waterkant van de Yalu-rivier. De bajonet is verwijderd van haar geweer, maar haar aandacht is volledig gericht op mij. Zij en haar collega's kunnen elk moment aanleggen en dan ben ik er geweest. Nooit zal ik mijn vrouw en familie en vrienden meer zien.

Nog vijf meter voordat ik oog in oog met de soldaten sta. Een van de mannen beveelt mij in gebaar dichterbij te komen, terwijl de andere militairen mij in het vizier houden. Ik ben radeloos en wanhopig roep ik: 'Johan Cruyff, Ruud Gullit, Robin van Persie, Martin Drent'. Nul emotie verschijnt op de gezichten van de soldaten. Noord-Koreanen zijn klaarblijkelijk geen voetballiefhebbers. Welke Nederlanders zijn bekend in Noord-Korea? Deze vraag schiet door mijn hoofd. Jan Marijnissen? Marinus van der Lubbe? Meer tijd om na te denken heb ik niet. Een van de soldaten draait zijn geweer in een flitsende beweging om en haalt verwoestend uit. De achterkant van een AKM, de verbeterde versie van een AK 47, treft mijn gelaat en het licht gaat bij mij uit. Mijn lichaam valt gestrekt achterover en met een plof val ik neer in de berm van een landweggetje in Noord-Korea.

Wordt vervolgd

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen